• 1 arrow
  • 2 arrow
  • 3 arrow
  • 4 arrow
  • 5 arrow
  • 6 arrow
image description

Wat is je salaris in
het onderwijs?

start

Wat is je salaris in het onderwijs?

In zes stappen weet je het!

Onderwijsnieuws

  • ‘Bezuinigingen in onderwijs moeten van tafel’

    21 sep  Alleen door investeringen, in plaats van bezuinigingen, bevordert het ministerie van Onderwijs de gelijke kansen. In de begrotingsplannen voor het onderwijs draait het teveel om economisch rendement. De bezuinigingen moeten van tafel.
    Lees meer >

    Die oproep doet de Stichting van het Onderwijs, een vertegenwoordiging van alle vakbonden en onderwijswerkgevers, vandaag in een mail aan Tweede Kamerleden. Ook de AOb zit in deze stichting.

    Gisteren presenteerde het kabinet zijn onderwijsbegroting. Vandaag en morgen zijn de Algemene Beschouwingen en kan de Tweede Kamer de plannen bijstellen. Volgens de stichting is dat hard nodig. ‘Het kabinet bezuinigt op onderwijs en dat is funest voor de toekomst van onze kinderen, jongeren en de ontwikkeling van ons land. Goed onderwijs is van levensbelang’, aldus Paul Rosenmöller, voorzitter van de stichting.

    Rendement De onderwijsbegroting draait, volgens de onderwijsorganisaties, te veel om economisch rendement, doelmatigheid en prestatieafspraken. ‘Elk kind en elke jongere heeft nu eenmaal zijn eigen onderwijscarrière. Bij de een verloopt die sneller dan bij de ander’, schrijft Rosenmöller. De bezuinigingen moeten niet doorgaan, alleen dan kan je gelijke kansen realiseren voor alle leerlingen.

    De AOb reageerde gisteren geschokt op de onderwijsbegroting waarin het kabinet aankondigde te bezuinigen op de lumpsum van scholen. 'We gaan er als sector gewoon op achteruit. En dat kan echt niet. Zeker niet als je wilt inzetten op gelijke kansen voor iedere leerling. De leerling wordt hier namelijk de dupe van', aldus AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen gisteren in een eerste reactie op de begroting. Lees hieronder het statement van de Stichting van het Onderwijs.
    Sluiten <

  • Roc hoeft dader seksfilmpje niet te achterhalen

    21 sep  Roc West-Brabant hoeft van de rechter niet mee te werken aan een onderzoek om te kijken wie het seksfilmpje van Chantal op Facebook plaatste. De rechter gaf het roc vandaag gelijk dat het de privacy van medewerkers en leerlingen zwaarder laat wegen dan het individuele belang van Chantal.
    Lees meer >

    In januari 2015 werd er op Facebook een seksfilmpje geplaatst van Chantal uit Werkendam dat bleek te komen van een IP-adres van het roc. Om te achterhalen wie dit had gedaan wilde Chantal dat het roc meewerkte aan een onderzoek om de inloggegevens van de dader te achterhalen. Het roc weigerde, omdat het daarmee de privacy van de 2500 medewerkers en 26 duizend leerlingen zou schaden. Al hun inlogcodes, zoekgegevens en bezochte websites zouden dan worden bekeken.

    Andere mogelijkheden Ook de rechter vindt dat de privacy zwaarder weegt en ziet bovendien nog andere ‘minder bezwaarlijke’ mogelijkheden om de identiteit van degene die het filmpje plaatste te achterhalen. Zo was het mogelijk geweest om zes leerlingen die Chantal verdenkt te vragen om toestemming voor het bekijken van hun gegevens. Daarnaast loopt er een strafrechtelijke procedure. 

    Klem “We zaten vanaf het begin klem”, zegt Rob Neutelings, lid van de raad van bestuur van Roc West-Brabant. “Het is vreselijk voor Chantal, we willen haar graag helpen. Zo’n seksfilmpje plaatsen is ontoelaatbaar, maar het roc is gebonden aan wetten. Er staan hoge boetes op het schenden van de privacy en los daarvan is de privacy van onze studenten en medewerkers een groot goed”, zegt Neutelings. Daarom heeft het roc in het kort geding ook dat standpunt ingenomen.

    Volgens Neutelings is het een ander verhaal als de politie en justitie op de stoep staan. “Het gaat dan om een strafrechtelijk onderzoek naar de dader. Hun bevoegdheden gaan veel verder. Wij werken dan graag mee.”

    Bevriezen Roc West-Brabant heeft, om Chantal tegemoet te komen, wel veel datagegevens ‘bevroren’, zodat die data nog aanwezig is als erom wordt gevraagd. Neutelings: “Dat hebben we gedaan ongeacht de uitspraak.”

    Een woordvoerder van het Openbaar Ministerie Zeeland-West-Brabant laat vandaag weten dat ze gaan onderzoeken wie het seksfilmpje online heeft gezet. Het OM en de politie kunnen dat op verschillende manieren doen, ze hebben daarvoor verschillende bevoegdheden, zegt de woordvoerder, maar logisch is wel dat ze op enig moment bij het roc zullen aankloppen. 
    Sluiten <

  • Vacature: Werknemersleden gezocht voor nieuwe commissie van beroep

    21 sep  In de cao's voor primair en voortgezet onderwijs is geregeld dat er per 1 januari 2017 één landelijke Commissie van Beroep is waar alle bijzondere scholen en instellingen voor primair, speciaal en voortgezet (speciaal) onderwijs bij zijn aangesloten. De commissie geldt ook voor scholen en instellingen onder samenwerkingsbesturen voor openbaar en bijzonder onderwijs. Bij de Commissie van Beroep kunnen werknemers beroep instellen tegen bepaalde besluiten van hun werkgever die in de cao-po en de cao-vo staan opgesomd.
    Lees meer >

    Cao-partijen brengen deze nieuwe landelijke Commissie van Beroep funderend onderwijs onder bij de Stichting Onderwijsgeschillen. De leden van de commissie worden door de Stichting Onderwijsgeschillen benoemd op bindende voordracht van cao-partijen; de voorzitters worden benoemd op bindende voordracht van de leden van de Commissie. De personeelsvakorganisatie doen een bindende voordracht voor vier werknemersleden. Informatie over de Commissies van beroep De werknemer die het niet eens is met een bepaald rechtspositioneel besluit dat ten aanzien van hem is genomen, kan zich wenden tot de commissie. Hij moet dan binnen zes weken na het besluit van de werkgever de Commissie van Beroep vragen om de kwestie als onafhankelijke derde te beoordelen. De commissie oordeelt of het beroep van de werknemer gegrond dan wel ongegrond is. Aan de voorzitter kan ook om een voorlopige voorziening gevraagd worden. Stichting Onderwijsgeschillen is landelijk het centrale punt voor onafhankelijke commissies van beroep. De Stichting draagt zorg voor de juridische, administratieve en facilitaire ondersteuning van de commissie. De beroepen worden behandeld door de Commissie, bestaande uit een voorzitter, een werknemerslid en een werkgeverslid. De zittingen vinden plaats in Utrecht, in de zittingszalen van Onderwijsgeschillen. Het is belangrijk dat de nieuwe Landelijke Commissie van beroep evenwichtig is samengesteld uit leden die bekend zijn met het funderend onderwijs. Ook is van belang dat in de Commissie de diversiteit ten aanzien van de denominaties in het onderwijs voldoende geborgd is. Nieuwe werknemersleden van de Commissie Wegens de instelling van de nieuwe Landelijke Commissie van beroep funderend onderwijs per 1 januari 2017 zoeken de personeelsvakorganisaties vier werknemersleden. Download hieronder de profielschets van het werknemerslid om erachter te komen welke vaardigheden en kwaliteiten zijn vereist. Procedure De sollicitatiegesprekken vinden plaats in Utrecht met een benoemingsadviescommissie die door cao-partijen is samengesteld. De benoemingsadviescommissie brengt advies uit aan de personeelsvakorganisaties over de bindende voordrachten voor benoeming van vier werknemersleden en aan de PO-raad en de VO-raad voor de benoeming van vier werkgeversleden door Stichting Onderwijsgeschillen. Reacties en contact Voor mondelinge informatie kunt u op contact opnemen met: - Mr. Sandra Roelofsen, bestuurder FvOv, namens de personeelsvakorganisaties, via telefoon: 030- 6937678 - Mr. Hilde Mertens, directeur/bestuurder Onderwijsgeschillen, via telefoon: 030 - 2809590. Uw schriftelijke belangstelling, vergezeld van uw cv, kunt u tot en met uiterlijk zondag 2 oktober 2016 richten aan:   Stichting Onderwijsgeschillen De benoemingsadviescommsisie t.a.v. mr. Hilde Mertens Postbus 85191 3508 AD  Utrecht of per e-mail (l.schouten@onderwijsgeschillen.nl)
    Sluiten <

  • Begroting OCW: studenten merken nog weinig van extra geld

    21 sep  De basisbeurs is verdwenen en dat gaat universiteiten en hogescholen uiteindelijk honderden miljoenen euro’s per jaar opleveren. Maar studenten merken daar voorlopig weinig van.
    Lees meer >

    Volgend jaar is er nog geen extra geld voor het hoger onderwijs. Sterker nog, het kabinet bezuinigt enigszins, blijkt uit de nieuwe onderwijsbegroting van het ministerie. Het hbo moet zo’n tien miljoen euro inleveren en het wetenschappelijk onderwijs ongeveer vijftien miljoen euro.

    Druppelsgewijs Pas vanaf 2018 komt er druppelsgewijs extra geld beschikbaar. De hogescholen en universiteiten ontvangen jaarlijks nu zo’n 6.800 euro per student en dat bedrag gaat de komende drie jaren omhoog: in het wetenschappelijk onderwijs met tweehonderd euro en in het hbo met driehonderd euro.

    Toch gaan studenten daar niet zoveel van merken. Althans, niet meer dan nu. Sinds 2015 moeten hogescholen en universiteiten alvast vooruitlopen op de opbrengst van het nieuwe leenstelsel. Samen besteden ze jaarlijks tweehonderd miljoen euro extra aan hun onderwijs, hebben ze beloofd.

    De ene onderwijsinstelling is daar beter toe in staat dan de andere, erkende minister Bussemaker al eerder. Sommige zitten krap en kunnen helemaal niet extra investeren, andere kunnen misschien nog een stapje extra doen. Maar in totaal zou dat toch het bedrag zijn: tweehonderd miljoen.

    Grote geld Het extra geld is dus al een beetje uitgegeven. Dat is wat ‘vooruitlopen’ betekent. Misschien zien studenten nu al iets terug van die extra uitgaven – sommige instellingen hebben extra docenten aangenomen of de bibliotheek gemoderniseerd – maar daar blijft het voorlopig bij. Straks moeten de instellingen hun spaarrekening weer aanvullen die ze nu even konden plunderen. Het grote geld laat dus op zich wachten.

    Dat weet het kabinet ook. Het had al bij de invoering van het nieuwe leenstelsel beloofd dat er speciale tegoedbonnen komen voor de eerstejaarsstudenten van de jaren 2015/16 tot en met 2018/19. Die studenten kunnen immers nog niet 'volop profiteren van de investeringen'. Ze krijgen tweeduizend euro voor bijscholing die ze vijf tot tien jaar na hun afstuderen kunnen besteden.

    Maar daarvoor moesten ze dus wel hun basisbeurs inleveren: 3.300 euro per jaar voor uitwonende studenten. Hoger Onderwijspersbureau (HOP)
    Sluiten <