• 1 arrow
  • 2 arrow
  • 3 arrow
  • 4 arrow
  • 5 arrow
  • 6 arrow
image description

Wat is je salaris in
het onderwijs?

start

Wat is je salaris in het onderwijs?

In zes stappen weet je het!

Onderwijsnieuws

  • Twee leraren niet schuldig aan verdrinking Salam

    22 jun  De leraren van de Ericaschool in Rhenen zijn vandaag vrijgesproken door de rechter voor de verdrinkingsdood van hun 9-jarige leerling Salam tijdens het schoolzwemmen. Dat bepaalde de rechtbank Midden-Nederland vanmiddag. De drie betrokken badmeesters kregen wel werkstraffen opgelegd.
    Lees meer >

    Het Openbaar Ministerie (OM) eiste tijdens de zitting in mei werkstraffen van 120 uur voor de leraren en badmeesters. De rechter ging niet mee in die eis voor de twee leerkrachten. De zwemleraren kregen wel alle drie een werkstraf van 60 uur opgelegd. De rechter vond dat zij een grotere verantwoordelijkheid hadden en verweet de badmeesters dood door schuld.

    Op 21 september 2015 deed Salam, een Syrische vluchteling, mee aan het schoolzwemmen. Na het einde van de zwemles werd haar lichaam een kwartier later gevonden op de bodem van het diepe zwembad.

    Volgens het OM was er onvoldoende toezicht gehouden en informatie uitgewisseld. ‘Er is daarom geen sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar van een verwijtbaar incident’, aldus het OM eerder in een bericht op hun website. Het OM verweet de badmeesters en leraren dood door schuld.

    Vrijspraak De rechter ging niet mee in de eis van het OM voor de twee docenten. Zij werden allebei vrijgesproken. Wel vond de rechter dat de docenten een fout hebben gemaakt: zij hebben onvoldoende zicht gehouden op Salam en waren niet goed op de hoogte van de protocollen over het schoolzwemmen. In die protocollen stond dat de docenten samen met de badmeesters verantwoordelijk zijn voor zwemmende leerlingen. De rechter verwijt de school dat de leraren hiervan niet op de hoogte waren. De leraren wisten niet beter dan dat zij een ondersteunende rol hadden.

    De badmeesters waren volgens de rechter hoofdverantwoordelijk. Zij zijn volgens de rechter tekortgeschoten. Er was een gebrek aan communicatie en waakzaamheid. ‘Als zij minder op ervaring en routine waren gevaren en er beter gecommuniceerd was tussen alle toezichthouders had het ongeluk voorkomen worden’, aldus de rechter.

    De werkstraf voor de badmeesters is met 60 uur wel lager dan de eis van het OM. ‘De badmeesters dragen hun hele leven met zich mee dat er een meisje is verdronken onder hun toezicht’, aldus de rechter.

    Opgelucht AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen laat weten dat ze opgelucht is over het vonnis voor de leraren door ze niet te veroordelen. “Dat zou zout in de wonde strooien in een kwestie die alleen maar verliezers kent”, aldus Verheggen. “De tragedie is er niet minder om nu voor de leraren is afgezien van hoofdelijke aansprakelijkheid.”

    Als de rechter de leerkrachten wel schuldig had bevonden, dan had dat volgens de AOb-voorzitter desastreuze gevolgen gehad voor buitenschoolse activiteiten. “Schoolbesturen moeten nagaan of ze er alles aan doen om dit soort vreselijke gebeurtenissen te voorkomen. Bovendien moeten leraren die zich niet op hun gemak voelen bij de uitvoering van een bepaalde activiteit zonder gedoe kunnen afblazen.”
    Sluiten <

  • PO-front roept kabinetsonderhandelaars op: Neem kennis van wat leeft in het onderwijs

    22 jun  Het PO-front nodigt informateur Herman Tjeenk Willink en de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie nogmaals uit om komende dinsdag de manifestatie voor meer salaris en minder werkdruk in het primair onderwijs bij te wonen op het Haagse Malieveld. Ondanks breed maatschappelijk draagvlak voor de eisen van het PO-front, geven de partijen vooralsnog niet thuis.
    Lees meer >

    Met meer dan 275 duizend steunbetuigingen, solidariteitsverklaringen van ouderorganisaties en veel media-aandacht kan het PO-front vaststellen dat de actie voor meer salaris en minder werkdruk in het primair onderwijs leeft in Nederland. De partijen van het PO-front – PO in Actie, AOb, FNV, CNV Onderwijs, FvOv, AVS en de PO-raad – vinden het dan ook op zijn zachtst gezegd vreemd dat de mensen die gaan bepalen hoe ons land de komende jaren wordt bestuurd niet van plan lijken om kennis te nemen van de problemen in het primair onderwijs. Temeer omdat de effecten van een verwaarloosd primair onderwijs op termijn voelbaar zullen zijn in de gehele maatschappij.

    Tekorten Als er de komende jaren niet fors wordt geïnvesteerd in het primair onderwijs, ontstaat in de sector een enorm lerarentekort. Onderzoeksinstituut CenterData verwacht aan het eind van deze kabinetsperiode vierduizend onvervulde voltijds-arbeidsplaatsen en schermt voor 2025 met een tekort van ruim tienduizend ‘fte’. Tenzij er serieuze stappen worden gezet om de te hoge werkdruk te beteugelen en het salaris op te trekken tot een niveau dat kan concurreren met dat van hoogopgeleiden elders.

    Daarom roept het PO-front de heren Tjeenk Willink, Rutte, Buma, Pechtold en Segers nogmaals op om dinsdagmiddag naar het Malieveld te komen om tenminste kennis te nemen van grote zorgen die er leven in onze sector en om uiterlijk vrijdag 23 juni om 14.00 uur kenbaar te maken of ze de onderhandelingstafel een uurtje kunnen verlaten. Het programma van de actiemiddag is verder op een haar na rond. Om 15.00 uur komen leraren én bezorgde ouders samen op het Malieveld om de petitie van het PO-Front kracht bij te zetten.

    Het programma is als volgt: 15.00  Inloop met band Copycat 16.00  Opening, sprekers (Thijs Roovers, Sophie Hilbrand), muziek (Girls Love DJ’s) 16.30  Overhandiging petitie 16.45  Afsluiting, daarna uitloop met band Copycat

    De bijeenkomst wordt gepresenteerd door presentatrice en sportjournalist Barbara Barend. Thijs Roovers (PO in Actie) en BNN-presentatrice Sophie Hilbrand bieden namens het PO-front de handtekeningen aan.
    Sluiten <

  • Hoog tijd voor einde salarisverschil po en vo

    21 jun  Waar komt het loonverschil tussen basis- en voortgezet onderwijs vandaan? Vaak wordt gewezen op de vervrouwelijking van het primair onderwijs, waar inmiddels 83 procent juffen voor de klas staan en nog maar 17 procent mannen. Maar aan die feminisering ligt het niet. Het is historisch gegroeid, en het wordt hoog tijd om er een einde aan te maken. Door: Robert Sikkes, Onderwijsblad
    Lees meer >

    In mijn boekenkast staat nog een beduimeld exemplaar van het Bezoldigingsbesluit Rijksambtenaren 1948. Daaruit wordt duidelijk dat er in de tijden dat er veel meer mannen voor de klas stonden, ook al een enorm verschil was tussen basis- en voortgezet onderwijs. De basis van dat salarissysteem was gebaseerd op opleiding. Maar dat oude verschil is hardnekkig gebleken, ook nu het opleidingsniveau voor basisonderwijs en onderbouw van het voortgezet onderwijs gelijk is geworden. Gulden Wie in 1948 les gaf op een hbs was veelal academisch opgeleid en kon maximaal 690 gulden per maand mee naar huis nemen. Wie van de kweekschool afkwam met hoofdakte en in het gewoon lager onderwijs ging werken kon in 1948 uiteindelijk 490 guldens incasseren. Zo’n dertig procent minder. Wie daarna zijn mo-aktes voor het voortgezet onderwijs haalde en doorstroomde naar de ulo (later mavo) zag het salaris oplopen tot 610 gulden. Langzaam hoor, pas na dik dertig dienstjaren.

    Het loonde in die jaren om door te leren. Een akte erbij betekende meer salaris. Het systeem kende nog tientallen regeltjes met plusjes of minnen. Dat veranderde pas in 1984 met de HOS-nota. Al die honderden varianten die de onderwijscao’s kenden werden teruggebracht tot enkele tientallen. En ingedeeld naar functie in plaats van opleiding. Dus leraar basisonderwijs, leraar onderbouw voortgezet onderwijs en leraar bovenbouw voortgezet onderwijs. Een nota waar vanwege de ingebakken bezuinigingen trouwens keihard tegen is geprotesteerd, met acties en stakingen, maar zonder resultaat.

    Onderscheid Omdat de veranderingen in het salarisgebouw geen geld mochten kosten, maar juist moesten opbrengen, bleef het onderscheid tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs in beloning in stand. Met één belangrijke uitzondering: de kleuterjuffen gingen er fors op vooruit. Sinds de samenvoeging van kleuterschool en lagere school tot basisschool, werden ook de Klos (voor de kleuterjuffen) en de kweekschool (voor de onderwijzers) samengesmeed tot één pabo, met één salarisschaal. Hoewel dat ook hbo was, bleef het verschil met de leraren voortgezet onderwijs met een hbo-opleiding bestaan.

    Bij het convenant leerkracht uit 2008 maakte een deel van de leraren basisonderwijs nog een stap omhoog, omdat er geld vrijkwam voor doorstroom van de laagste salarisschaal LA naar LB. Dat zou al lang bij vier van de tien leraren het geval moeten zijn, maar blijft nu steken op ongeveer een kwart van het lerarenbestand in die hogere schaal. Los daarvan ligt het niveau van LB-schaal in het  primair onderwijs wel 150 euro achter ten opzichte van LB in het voortgezet onderwijs. Kijkend naar driekwart van de leraren basisonderwijs met LA, verdienen deze bijna 500 euro minder dan hun collega’s in het voortgezet onderwijs. Met allebei een hbo-opleiding.

    Onhoudbaar Een verschil dat niet meer houdbaar is. Leraren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs hebben net als de jongeren op de pabo een hbo-opleiding. Maar daar blijft het niet bij. De opleidingseisen voor het primair onderwijs gaan snel omhoog. De academische pabo rukt op. Voor academici liggen de po-salarissen helemaal laag. Het aantal leraren in het basis- en speciaal onderwijs met een masterdiploma groeit snel. We vragen als maatschappij steeds meer opleiding van jongeren die voor de klas gaan staan, maar hun salaris blijft ver achter bij beroepen waar een vergelijkbaar opleidingsniveau wordt vereist. Stap één is duidelijk: schaal LA moet verdwijnen en LB gelijk getrokken worden met het niveau van het voortgezet onderwijs. Nu al laten de jongens de pabo links liggen, maar als dit salarisverschil blijft, straks ook de meisjes.
    Sluiten <

  • Rechter haalt streep door terugvordering topsalaris Artez

    22 jun  Voormalig interim-bestuurder Gerben Eggink en managementbureau BoerCroon werden in het najaar van 2015 door onderwijsminister Bussemaker gedwongen om samen ruim 84 duizend euro terug te betalen aan de Arnhemse hogeschool voor de kunsten Artez. Dat was ten onrechte, oordeelt de Amsterdamse rechtbank, die tegelijkertijd concludeert dat Eggink 44 duizend euro te veel verdiende.
    Lees meer >

    BoerCroon en Eggink moesten aan Artez respectievelijk 26.184 en 58.279 euro betalen nadat de Onderwijsinspectie een overschrijding van de Wet Normering Topinkomens (WNT) in 2013 had geconstateerd. Het was voor het eerst dat de minister met deze wet de beloning van een voormalige bestuurder terughaalde naar de school. BoerCroon en Eggink betaalden onder protest, tekenden bezwaar aan en stapten uiteindelijk naar de rechter. Die heeft onlangs een streep gezet door de onderbouwing van de terugvordering. Kosten voor het managementbureau zijn onterecht bij de bezoldiging meegeteld, aldus de rechtbank.

    De eerstvolgende stap is dat de minister nu voor het eind van deze maand een nieuw besluit moet nemen over de bezwaren. De inspectie, die namens de minister belast is met de handhaving van de WNT, liet deze week aan het Onderwijsblad weten de uitspraak nog te bestuderen. BoerCroon ziet de uitspraak als een overwinning. Eggink was niet bereikbaar voor commentaar.

    Zie hier een beknopte tijdlijn van de procedure Zie hier een reconstructie door het Onderwijsblad (december 2016)

    Kafkaësk Het dossier-Artez begint steeds meer een Kafkaësk karakter te krijgen. De zaak is een testcase voor de WNT-normering van interim-bestuurders. Maar de regels die nu getoetst worden, zijn al anderhalf jaar afgeschaft. In 2016 is er namelijk een compleet vernieuwde normering voor interim-bestuurders ingevoerd. De uitkomst van de procedure is wel van belang voor andere WNT-dossiers uit het verleden die door het kabinet voorlopig ‘on hold’ zijn gezet. Eentje ervan is nota bene een tweede dossier-Artez, die betrekking heeft op Egginks bezoldiging in 2014. Hogeschool Artez is zelf geen partij in de procedure, maar de uitkomst bepaalt wel of ze het ontvangen geld weer moet afstaan. Zo ver is het nog niet.

    Begin 2013 kwam Artez plotseling zonder bestuur te zitten nadat de toenmalige raad van toezicht het tweekoppige college van bestuur naar huis stuurde. Vanaf 4 maart 2013 werd interimmer Eggink ingehuurd via managementbureau BoerCroon. Aanvankelijk voor een paar maanden, maar het contract werd steeds verlengd en uiteindelijk vertrok Eggink pas op 1 mei 2014.

    Bureaukosten In de rechtszaak draait het om twee vragen: vallen ‘bureaukosten’ onder de WNT-norm, en werkte Eggink fulltime of parttime?

    BoerCroon factureerde in 2013 bij Artez voor de inzet van de interim-bestuurder een vergoeding van 1.400 euro per dag. Daarvan ging 1.300 euro naar de Eggink, de resterende 100 euro rekende het bureau als opslag. Daarnaast bracht BoerCroon 500 euro per dag in rekening voor ‘dienstverlening’, zoals begeleiding van de interimmer. Volgens het bureau zat daarin ook een bemiddelingsfee verdisconteerd voor werving en selectie.

    Van de 1.900 euro (exclusief btw) die Artez in 2013 per dag betaalde, hield BoerCroon 600 euro zelf. Opgeteld gaat het om 82.500 euro, die de inspectie meetelde in de bezoldiging. De landsadvocaat betoogde tijdens de zitting in maart dat alle kosten die de school maakte voor het vervullen van de functie moeten worden meegeteld.

    Maar BoerCroon kreeg van de rechter gelijk: de 500 euro aan apart gefactureerde bureaukosten vallen niet onder de WNT-norm. De resterende 100 euro opslag weer wel. Hoewel de interim-bestuurder die niet zelf ontvangen heeft, stemde Eggink er tijdens de zitting mee in om die wel tot zijn bezoldiging te rekenen.

    Parttime Die bezoldiging overschrijdt de WNT-norm in 2013 met 43.744 euro, stelt de rechtbank nu vast. De rechter concludeert namelijk dat Eggink niet fulltime maar circa vier dagen in de week heeft gewerkt, ook al beweerde Eggink tijdens de zitting anders: “Ik heb in mijn eentje twee bestuurders moeten vervangen in de chaos die was ontstaan. Ik was er meer dan fulltime mee bezig.”

    De rechtbank concludeert dat Eggink parttime werkte op basis van contracten en het aantal gedeclareerde dagen: 137,5. Het argument dat de bestuurder ‘een fulltime verantwoordelijkheid heeft die zich uit in een fulltime beschikbaarheid’, gaat volgens de rechter niet op, ‘omdat hij die verantwoordelijkheid en beschikbaarheid niet fulltime heeft gefactureerd.’

    Benadeeld Tijdens de zitting zei Eggink te hopen dat de rechtszaak hem eerherstel zou opleveren. “Ik ben neergezet als een graaier, iemand die de wet heeft overtreden. Ik heb groot met mijn hoofd in de kranten gestaan. Het heeft mijn reputatie enorm geschaad. Daardoor ben ik financieel benadeeld. Ik ben er nog steeds emotioneel onder.” Het handhaven van de topsalaris-norm is in deze testcase een lange en hobbelige weg geworden. Begin 2015 constateerde de inspectie dat Eggink 154.186 euro te veel had verdiend. Artez moest dat geld in eerste instantie zelf zien terug te halen bij de ex-bestuurder en het managementbureau, maar leverde niets op.

    Toen de Onderwijsinspectie in oktober 2015 namens de minister met een dwangsom kwam, bleek de overschrijding door een nieuwe berekening opeens verlaagd naar 84 duizend euro. Nadat Artez het geld ontvangen had, constateerde de inspectie dat de vordering door een fout 28 duizend euro te laag was berekend, zo meldde het Onderwijsblad eind vorig jaar. De inspectie besloot dat toen niet meer te corrigeren.
    Sluiten <