• 1 arrow
  • 2 arrow
  • 3 arrow
  • 4 arrow
  • 5 arrow
  • 6 arrow
image description

Wat is je salaris in
het onderwijs?

start

Wat is je salaris in het onderwijs?

In zes stappen weet je het!

Onderwijsnieuws

  • Functiemix geeft blije en scheve gezichten

    24 mrt  Met de functiemix kunnen meer leraren doorstromen naar een hogere salarisschaal. Veel leraren vinden dan ook dat de functiemix de loopbaanmogelijkheden vergroot en erkenning geeft. Tegelijkertijd leidt het mislopen van promotie tot teleurstelling en frustratie.
    Lees meer >

      Anne-Marie Ponsen vindt dat ze veel aan de functiemix te danken heeft. Ze is leerkracht van groep 1 en bouwcoördinator bij de School Mühring in Dordrecht. “Zeven jaar geleden werd ik bouwcoördinator en was het een taak. Vier jaar geleden is het dankzij de functiemix een LB-functie geworden en ben ik een schaal omhooggegaan.” Ze solliciteerde niet in de eerste plaats voor het geld. “Ik wilde bouwcoördinator blijven en een financieel voordeel was daarbij mooi meegenomen.”   Als bouwcoördinator trad ze toe tot het managementteam. Ze ziet haar functie als erkenning. “Ik dacht altijd al mee over hoe de school nog beter kan worden, maar doordat bouwcoördinator een functie is geworden heeft het meer gewicht gekregen. Een functie geeft meer invloed dan een taak omdat je dan officieel verantwoordelijkheid draagt en er verwacht wordt dat je meedenkt.” Verbetering loopbaanmogelijkheden Meer leraren zijn positief over de functiemix. Een derde van de leraren in het primair onderwijs en een kwart in het voortgezet onderwijs vindt dat de mix de loopbaanmogelijkheden verbetert. Voorwaarde voor een hogere functie en salaris zijn vaak een extra opleiding of specifieke taken als taal- of rekenspecialist, coaching van collega’s, bijdragen aan onderwijsvernieuwing of managementtaken. Ook schoolleiders denken dat het leraarschap aantrekkelijker is geworden en de functiemix meer mogelijkheden biedt om goede leraren te behouden. Dit blijkt uit het onderzoek‘Carrièreperspectieven van leraren in het kader van de functiemix’, dat kenniscentrum CAOP en het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) uitvoerden onder 1200 leraren en 1000 schoolleiders.   Doorstromen De functiemix, een afspraak uit het Convenant Leerkracht uit 2008, heeft als doel meer leraren te laten doorstromen naar een hogere salarisschaal. Het primair onderwijs blijft met 26 procent van de leraren in schaal LB achter bij de doelstelling van 40 procent. In het voortgezet onderwijs gelden maatwerkafspraken per schoolbestuur (de landelijke stand was in oktober 2015: 42 procent LB, 31 procent LC en 27 procent LD). “Begin dit schooljaar had 90 procent van de scholen die doelstellingen gehaald", zegt AOb-rayonbestuurder Clazien Rodenburg. "De 10 procent is een worsteling van ‘niet willers’ en ‘niet kunners’. We zijn als vakbonden in gesprek met die scholen. Het lastige is dat er geen sanctie is voor scholen die de gelden niet aan de functiemix besteden."   LD-functie In het vmbo en praktijkonderwijs komen zelden LD-functies voor, blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau SEO. LD-functies gaan veelal naar eerstegraads docenten in de bovenbouw van havo en vwo, volgens de onderzoekers. Ton Kuijvenhoven is de uitzondering die de regel bevestigt. Hij is docent algemeen vormende vakken, stagebegeleider en nazorgcoördinator aan de Gooise Praktijkschool in Hilversum, in schaal LD. Hij ging dankzij de functiemix in 2013 van schaal LB naar LC en in 2015 naar LD. “De omschrijving voor LC was gericht op groepsoverstijgend werken. Dat kon ik aantonen door de nazorgcoördinatie, het praktijkonderwijs heeft twee jaar een nazorgplicht voor oud-leerlingen. Bij LD was de participatie in netwerken met externe organisaties rond de school belangrijk. Ik heb al jaren contacten met verschillende organisaties voor onze (oud-)leerlingen.”   Kuijvenhoven vond dat hij in aanmerking kwam voor de LD-functie en solliciteerde. “De taken waar de functie aan is gekoppeld, doe ik al langer. Ik zie het als erkenning van mijn werkzaamheden. Maar voor de LD-functie vielen drie collega’s af, die naar mijn idee ook de capaciteiten hadden om in aanmerking te komen. Eigenlijk zou er een regeling moeten komen waarbij je aan het eind van je salarisschaal automatisch een schaal omhooggaat bij goed functioneren”, vindt Kuijvenhoven.   Gunfactor en willekeur Niet iedereen heeft positieve ervaringen met de functiemix. Twee teleurgestelde leraren die promotie misliepen, willen alleen anoniem hun verhaal doen omdat ze bang zijn hun promotiekansen te schaden. “De procedure voor de functiemix werkt vrij willekeurig en de manier waarop mijn school ermee omgaat, heeft een hoge gunfactor”, vindt een leraar uit de provincie Groningen. Hij solliciteerde tevergeefs naar een LC-functie. “Naar mijn idee voldoe ik volledig aan de eisen. Was ik de enige kandidaat, dan zou mijn sollicitatie denk ik moeiteloos gehonoreerd worden. Nu ben ik bijvoorbeeld gepasseerd door enkele jonge collega’s die een leuk project hebben gedaan waar de school naar buiten toe goede sier mee kan maken. Een van hen maakte in een paar jaar promotie van LB naar LD. De gunfactor is daarbij heel groot. Je kunt op de achtergrond een belangrijke rol spelen in een team, maar dat wordt minder gezien dan wanneer je een voortrekker bent. In beloning en waardering zie je dat nu niet terug.”   Het leidt tot demotivatie. “Ik heb vaker gesolliciteerd naar LC en na een afwijzing ben ik behoorlijk van slag. Dan denk je: Bekijk het allemaal maar, ik geef mijn lessen en doe geen extra activiteiten meer. Ook ben je wat meer op je hoede omdat je constant het gevoel hebt dat je beoordeeld wordt voor een eventuele volgende sollicitatie. Dat is iets dat lang na sijpelt. Maar ik solliciteer gewoon door, je bent een dief van je eigen portemonnee als je het niet doet.” Promotie mislopen Deze leraar staat niet alleen. Bijna een kwart van de leraren in het primair onderwijs en bijna een derde van de leraren in het voortgezet onderwijs is de afgelopen vijf jaar na een sollicitatie promotie misgelopen, blijkt uit het onderzoek van CAOP en ROA. En ondanks dat de loopbaanmogelijkheden verbeterd zijn door de functiemix is twee derde van de leraren ontevreden over de carrièrekansen in het onderwijs. Ze vinden promotiecriteria onduidelijk en willekeurig toegepast, hebben het gevoel dat anderen voorgetrokken worden en dat ze daardoor ten onrechte promotie mislopen. AOb-bestuurder Rodenburg kent de klachten. “Ik hoor soms dat criteria onduidelijk zijn, maar ik heb niet veel voorbeelden gezien. Op scholen waar de verhoudingen niet zo goed zijn, kunnen soms mensen benadeeld worden, maar ik ken ook besturen die er een goed traject van maken”, zegt ze.   Rodenburg denkt dat de functiemix het onderwijs ruim voldoende gebracht heeft. “Maar de komende jaren gaan veel leraren in LD met pensioen. We blijven waakzaam dat scholen nieuwe LD-functies uitdelen en we willen nieuwe afspraken om de mix in de toekomst op peil te houden. Als vakbonden moeten we er ontzettend aan sleuren om de gelden aan de functiemix besteed te krijgen.” Irritaties en onvrede Een leraar op een basisschool in Eindhoven is de dupe van het niet besteden van middelen voor de functiemix. “We hebben nog geen 10 procent LB-functies op school, terwijl dat 40 procent zou moeten zijn. Onze directeur wil er niet aan.” Deze leraar ambieert een coördinerende functie waarvoor hij graag promotie naar schaal LB zou maken. “Ik zit aan het maximum van mijn schaal. Daarom zie ik de functiemix als een mooie kans op promotie. Ik krijg lovende kritieken, doe mijn werk als leerkracht goed.” Hij besluit zelf te solliciteren. “Nadat ik aangaf graag een LB-functie te willen, werd ik nog net niet uitgelachen. Zo werkt dat niet, werd er gezegd.” Het gaf hem een knauw. “Je hebt iemand die een voortrekkersrol in je school wil vervullen en die laat je zijn ambities niet waarmaken. Ik voel me ontmoedigd en het zorgt voor irritaties en onvrede. Inmiddels ben ik erachter dat de directeur dacht dat de functiemix uit het schoolpotje komt, terwijl er extra middelen voor beschikbaar gesteld zijn.”
    Sluiten <

  • Stichting O4NT ontvangt onderwijsgeld voor gesloten Steve Jobsschool

    23 mrt  De stichting O4NT heeft sinds oktober vorig jaar bijna een ton aan onderwijsgeld ontvangen voor de Amsterdamse Steve Jobsschool De Voorsprong terwijl er op die school sindsdien geen les meer wordt gegeven. Er blijkt nog steeds één leerling te staan ingeschreven. De Onderwijsinspectie onderzoekt de kwestie.
    Lees meer >

    Dat blijkt uit informatie die het Onderwijsblad heeft opgevraagd. Het door Maurice de Hond voorgezeten schoolbestuur O4NT is vorig jaar onder verscherpt financieel toezicht geplaatst vanwege financiële problemen.

    De Voorsprong is één van de twee Steve Jobsscholen die in 2014 door de stichting Onderwijs 4 Nieuwe Tijd (O4NT) in Amsterdam zijn geopend. De school, gevestigd in stadsdeel Zuid-Oost, kwam niet van de grond wat leerlingaantal betreft. Daarom is vorige zomer besloten om de school te gaan afbouwen.

    Stopgezet Op 1 oktober 2016 waren er nog vijf inschrijvingen. Later die maand zijn de laatste leerlingen vertrokken en is het onderwijs stopgezet. Sindsdien is de school niet meer in bedrijf en bestaat De Voorsprong alleen nog op papier.

    Maar de stichting O4NT ontvangt nog steeds elke maand ruim twintigduizend euro aan onderwijsgeld voor De Voorsprong. Die bekostiging is gebaseerd op zestien leerlingen, het aantal inschrijvingen in het voorgaande schooljaar (in jargon T-1 genoemd). In de maanden november 2016 tot en met februari 2017 gaat het om een kleine 90 duizend euro, aldus gegevens van DUO. Voor het hele schooljaar 2016-2017 gaat het om circa 250 duizend euro, blijkt uit beschikkingen die op 22 november 2016 en 20 januari 2017 door DUO naar O4NT zijn gestuurd.

    Navraag bij DUO leert dat de financiering doorloopt, omdat niet alle leerlingen zijn uitgeschreven. O4NT-voorzitter Maurice de Hond bevestigt de uitzonderlijke situatie. Volgens hem staat er nog één leerling ingeschreven die niet op een andere school geplaatst kon worden. “De leerling zit in een herplaatsingstraject”, stelt hij in een reactie. “Deze leerling staat bij ons ingeschreven en we zijn nog steeds verantwoordelijk voor hem. Mocht deze leerling weer vanuit onze school in Zuid-Oost les moeten krijgen dan zullen we dat tot het eind van het schooljaar ook gaan doen.”

    Vergrootglas De Onderwijsinspectie onderzoekt de zaak. Dat onderzoek moet uitwijzen of O4NT een deel van de bekostiging onterecht ontvangen heeft en moet terugbetalen. Ook DUO wacht de uitkomsten van het inspectie-onderzoek af.

    De kwestie is extra opmerkelijk omdat O4NT bij de Onderwijsinspectie onder een vergrootglas ligt. Afgelopen november stelde de Onderwijsinspectie de stichting onder verscherpt financieel toezicht. Het bestuur kampt met achterblijvende leerlingaantallen en zag zijn vermogen en banksaldo sinds 2015 achteruitgaan. Op basis van vooruitzichten die O4NT zelf aanleverde, concludeerde de inspectie een half jaar geleden dat de stichting in betalingsproblemen zou kunnen raken.

    Mede dankzij de financiering voor De Voorsprong heeft O4NT zijn financiële positie kunnen versterken. “Doordat er op De Voorsprong geen les meer wordt gegeven, heeft de stichting minder geld uitgegeven, met name aan personeelskosten”, aldus De Hond.

    Ook de andere school van de stichting, De Ontplooiing in stadsdeel Nieuw-West, komt niet genoeg van de grond. O4NT werkt daarom aan een overdracht van de school aan de stichting Westelijke Tuinsteden, die op dezelfde locatie ook een school met hetzelfde concept heeft gevestigd. Dat zou komende zomer moeten gebeuren. De Ontplooiing, die dit schooljaar ruim 130 leerlingen telt, hoeft dan niet meer de stichtingsnorm van 322 leerlingen in vijf jaar te halen. Uiteindelijk wordt het schoolbestuur O4NT opgeheven. Perikelen

    De Hond schrijft de achterblijvende leerlingaantallen vooral toe aan perikelen rond de huisvesting. Voor De Voorsprong kreeg O4NT “een paar lokalen twee hoog achter diep in Zuid-Oost”, in het gebouw van een andere basisschool. Een alternatieve locatie strandde volgens hem op onwil van een ander schoolbestuur.

    De Ontplooiing in Nieuw-West kon volgens De Hond in eerste instantie niet snel genoeg uitbreiden om de groei te bedienen, en in tweede instantie niet verder groeien op dezelfde plek of een ander geschikt onderkomen vinden. “Een catch-22 situatie”, noemt hij het. “Ouders willen weten waar hun kinderen naar school gaan voordat ze hen aanmelden, en de gemeente komt pas met een aanbod voor huisvesting als er voldoende nieuwe inschrijvingen zijn.” Gepubliceerd Tussen oktober 2015 en september 2016 deed de inspectie onderzoek naar de financiële situatie bij O4NT. De op 14 november vorig jaar vastgestelde rapportage had nog voor de kerstvakantie gepubliceerd moeten worden, maar door een 'technische fout' bij de Onderwijsinspectie gebeurde dat niet. Pas deze maand verscheen O4NT op de lijst met instellingen die onder verscherpt financieel toezicht staan.
    Sluiten <

  • Bussemaker: ‘Geld basisbeurs naar verbetering onderwijs’

    22 mrt  Het geld dat vrijkomt door de afschaffing van de basisbeurs moet naar de verbetering van de onderwijskwaliteit gaan. Dat benadrukt demissionair onderwijsminister Jet Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer.
    Lees meer >

    ‘Ik zie geen reden om daarvan af te wijken’, schrijft Bussemaker.

    Onder leiding van commissaris van de koning Wim van de Donk kwam deze week het rapport ‘Van afvinken naar aanvonken’ uit. Van de Donk evalueerde met een commissie het experiment met de prestatiebekostiging in het hoger onderwijs.

    In het rapport schrijft de commissie-Van de Donk: ‘De Evaluatiecommissie ziet een samenhang tussen de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, het onderzoek en valorisatie. Middelen voor onderwijskwaliteit kunnen dus breder ingezet worden dan voor onderwijskwaliteit alleen.’ De commissie raadt aan om een nieuwe toetsingscommissie in het hoger onderwijs in te stellen die eens in de vijf jaar de plannen van de instellingen bekijkt en beoordeelt. Alleen als de plannen op de drie punten goed genoeg zijn, krijgen scholen extra geld. Onder meer de miljoenen van het leenstelsel moeten hiervoor gebruikt worden.

    Alleen onderwijskwaliteit AOb-bestuurder Douwe van der Zweep zegt dat het geld van het leenstelsel in de sector moet blijven en naar meer handen in de klas moet gaan. De Verenging Hogescholen, het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) en LSVb willen ook dat het geld alleen naar onderwijskwaliteit gaat.

    Bussemaker schrijft dit ook in haar brief, maar laat weten dat over de nieuwe kwaliteitsafspraken een nieuw kabinet moet besluiten.
    Sluiten <

  • ‘Scholen, gebruik moedertaal en maak meerjarenplan’

    22 mrt  Vluchtelingenkinderen zouden op basisscholen hun moedertaal moeten gebruiken als opstapje om het Nederlands en andere vakken te begrijpen. Ook is het raadzaam dat scholen meerjarenplannen maken.
    Lees meer >

    Deze aanbevelingen doet de werkgeversorganisatie PO-raad in de handreiking ‘Ruimte voor nieuwe talenten’ die deze week op basisscholen wordt verspreid. Taaldidacticus Maaike Hajer is één van de auteurs en werkt als lector aan de Hogeschool Utrecht en is hoogleraar aan de Universiteit van Malmö, Zweden. “We willen dat migrantenkinderen op een zo hoog mogelijk onderwijsniveau terechtkomen. Deze handreiking moet daarbij helpen”, zegt Hajer. Geen nieuw perspectief Als basisscholen juist wel de eigen taal van vluchtelingenkinderen gebruiken staat dat haaks op wat in de dagelijkse praktijk gebeurt. Hajer: “Er is een strikte scheiding: op basisscholen krijgen migrantenkinderen vaak alleen les in het Nederlands. Terwijl het vanuit de taalwetenschap geen nieuw perspectief is om deze kinderen op school ook deels in hun moedertaal te laten leren. Een strikte scheiding is onnatuurlijk, omdat in de hoofden van de leerlingen geen gescheiden processen afspelen. We zouden flexibeler moeten zijn.” De taaldidacticus erkent wel dat het voor leerkrachten een opgave is. “Een woordenlijstje in hun eigen taal met bijvoorbeeld Poolse begrippen helpt al. Of geef als je een nieuw thema begint daarvoor al wat huiswerk mee zodat vluchtelingenkinderen met hun ouders hierover kunnen praten. Het huiswerk wordt dan al besproken in hun eigen taal. De leraar kan al met kleine dingen het verschil maken.”

    Taboe Dat dit nog niet op grote schaal gebeurt, komt doordat het een politiek gepolitiseerd onderwerp is, volgens Hajer. “Het behoort tot de integratievraagstukken waarbij minderheidstalen een taboe zijn.” Terwijl kinderen die alleen het Nederlands mogen gebruiken achter kunnen gaan lopen of inhoudelijk over een vak weinig leren. “We houden ervan om mensen in categorieën in te delen. Na twee jaar ben je geen nieuwkomer meer en moet je alleen het Nederlands gebruiken. Uiteindelijk is dat onwenselijk, het gaat erom dat talenten ontplooid worden”, zegt Hajer. Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad, waarschuwt ook voor achterstanden. ‘Als we op dezelfde voet verder gaan ligt het risico van een verloren generatie op de loer.’

    Plan Scholen kunnen samen met de eerste opvang werk maken van een meerjarenplan, zo staat in de handreiking. Het onderwijs aan vluchtelingenkinderen gaat verder dan de eerste opvanglocatie. Hajer: “Er moet een plan zijn hoe de taalsteun wordt geregeld door de jaren heen. We bevelen aan dat lerarenteams en bestuurders dat gaan bekijken en wellicht scholing aanbieden.”
    Sluiten <